21 spullen die ik níet meeneem op vakantie als moeder

De achterbak van de auto die zó volgepropt zit dat de achteruitkijkspiegel er alleen nog voor de show is. Dat je het zweet op je rug hebt staan van het sjouwen. Zó je vakantie beginnen, dat wil niemand. En nu ik zelf druk bezig ben met inpakken voor onze roadtrip Zuid-Frankrijk leek het me een prachtig moment voor een dit-gaat-er-niet mee-lijstje.

Je ziet het om je heen gebeuren: vakanties die halve verhuizingen zijn. Er gaan drie kinderwagens, vijf extra large koffers, plus een dakkoffer, een verzameling beautyproducten waar een Kruidvat jaloers van zou worden en genoeg speelgoed om een kinderdagverblijf te openen.

Maar – again – wie wil er zo nou op reis gaan? We zijn geprogrammeerd om maar zoveel mogelijk mee te nemen. Terwijl je op bestemming dan snel de helft van de tijd kwijt bent met het zoeken naar spullen in tassen, het opruimen van de chaos in het toch wel kleine vakantiehuisje, en het uiteindelijk weer inpakken van dingen die je niet hebt aangehad of aangeraakt.

Vakantie mag een adempauze te zijn. Een moment om te vertragen en te genieten van de kleine-grote dingen. En dat begint bij spullen thuis laten! Dit jaar probeer ik weer meer thuis te laten, hoewel het me steeds beter af gaat. Dit zijn de 21 spullen die ik níet meer meeneem op vakantie – en waarom ik ze de vorige keren (zie bijvoorbeeld onze minimalistische roadtrip Portugal) geen seconde heb gemist. Oftewel: de thuisblijvers: spullen-editie!

Voor de kinderen

Want die hebben écht minder nodig dan we denken… en daar wordt de vakantie voor iedereen beter van!

  1. De gigantische kinderwagen – Als je baby nog heel klein is, is een reiswieg fijn. Maar daarna? Ruil die loodzware, driedelige kinderwagen in voor een compacte, lichtgewicht travel buggy of een goede draagzak (tip: kies één draagzak die buik- en rugdrager is, wij hebben een Manduca). Het scheelt de helft van je kofferbak en je bent veel flexibeler op het strand of in een idyllisch Italiaans dorpje.
  2. Een tas vol ‘voor het geval dat’-speelgoed – Kinderen spelen op vakantie met wat er is. Stenen, dennenappels, water. Wij nemen per kind één rugzakje mee (ze hebben allebei een Fjällräven Kanken Mini, ook voor school) met hun favoriete speelgoed (een paar auto’s, kleurpotloden en een pop). Ik pak wat zwem/strandspeelgoed in en that’s it. De rest blijft thuis.
  3. Een babybadje – je hebt ze zelfs in reisformat (inklapbaar), maar dit vind ik echt dikke onzin. Een baby kan prima mee onder de douche. Onze dochter zat vorig jaar (die had ineens douche-angst) gewoon in de gootsteen te spetteren.
  4. Een complete bibliotheek aan kinderboeken – Boeken zijn zwaar. Onze kids zoeken allebei twee voorleesboekjes uit om mee te nemen. Die gaan in het rugzakje. Een mooi alternatief als je toch iets anders wilt luisteren: luisterboeken.
  5. Dertig verschillende outfits – Ja, ze worden vies. Ja, er gaan ijsklodders op vallen. Maar och, boeiend. Ik was een favoriete korte broek even snel uit in de wasbak, anders niet. Met een flesje Dr. Bronner’s Babyzeep trouwens, mijn magische alleskunner (je zou zeggen dat ik aandelen heb, maar nee, dit spul is gewoon top!).
  6. Een verzameling knuffels – Nu ze nog zo klein zijn gaan er maximaal twee mee per persoon. Dat doe ik ook omdat de knuffels hun geur hebben en vertrouwd aanvoelen in een vreemd bedje. De rest “zorgt thuis voor het huis”.
  7. Speciaal servies – Ze hebben allebei een beker voor onderweg. En er gaat een slab mee. Maar tenzij je kind absoluut weigert uit iets anders te drinken: op de bestemming zijn ook bekers, gewone glazen, borden en bestek.

Voor de verzorging & apotheek

Minder ‘just in case’ items mee. Dat zijn precies de dingen die ongebruikt weer terug gaan.

  1. De mega-verpakkingen shampoo, zonnebrand en douchegel – voor mijzelf gebruik ik van die kleine herbruikbare reisflesjes (ik vind siliconen flesjes fijner en minder snel lekken dan plastic). De kids worden gewassen (haar en lichaam) met de babyzeep. Het scheelt enorm veel ruimte en gewicht in je toilettas.
  2. Een arsenaal aan stylingtools – Confession time: ik heb ooit een föhn ingepakt voor een vakantie. Nu denk ik er niet eens meer aan. Je vakantie is hét moment voor een messy bun, een vlecht of gewoon van dat lekkere zeewater-crispy opgedroogde haar. Sommige kopen spul voor zo’n look zelfs in flesjes!
  3. Een complete reisapotheek – Ja, ook bij ons gaan er pleisters, paracetamol en een thermometer mee. Misschien een after-bite roller. Maar voor de rest? In het buitenland hebben ze ook apotheken, gelukkig 🙂
  4. Full glam make-up – Ik hou van make-up, maar ga in de vakantie nog minimalistischer. Een getinte dagcrème, een mascara, een lippenbalsem, misschien met een tintje. En zonnebrand natuurlijk. Voor de rest is er de vakantie-glow!
  5. Handdoeken voor het hele gezin – Ik boek geen accommodatie meer als er geen handdoeken inclusief zijn. Badhanddoeken (twee grote, die ook als picknickkleed en dekentje voor op de achterbank dienen) nemen we wel mee, net als een badcape voor de peuter. Maar ‘gewone’ handdoeken laten we lekker thuis.

Voor mezelf & de rust in je hoofd

Want ook ik heb elke keer de neiging weer méér in te pakken…

  1. De ‘chique uit eten’-kleding of hakken – Spoiler: met kleine kinderen beland je negen van de tien keer bij een gezellige pizzeria of eet je een stokbroodje op een kleedje in het park. Ik neem een jurk van travelstof mee die zowel comfortabel is als netjes en die ook nog eens niet kreukt. Ik heb er al jarenlang plezier van!
  2. Vijf dikke papieren thrillers – Oh, hier zou ik ruimte voor maken áls ik ze dan ook kon lezen. Er gaan nog steeds boeken mee, maar slechts twee of drie – en bijna altijd paperback. Ik ben geen e-reader type, maar kan me voorstellen dat dat ook een goeie optie is.
  3. Te veel schoenen – Ik ga eigenlijk altijd voor dezelfde set-up: eén paar comfortabele sneakers (waar je goed op kunt wandelen), één paar slippers (ik kies voor wat luxere zodat je ze ook als sandaal kan dragen, maar gebruik ze ook als badslipper/op het strand), en een stevige sandaal die leuk staat, maar waar je ook goed op kan lopen.

En deze praktische zaken laten we ook achterwege…

  1. De ‘waslijn-voor-op-de-camping’-set – inclusief knijpers en speciale haken. Ik doe wél de was op vakantie (want we hebben max 7 sets kleding per persoon mee), maar hang natte handdoeken en zwemkleding gewoon over de reling van het balkon, de rugleuning van een stoel of zelfs over de tak van een boom.
  2. Een meeneem-kinderstoeltje (zo’n stoffen of inklapbare variant) – In bijna elk restaurant of vakantiehuisje is er wel een kinderstoel aanwezig. En zo niet? Onze dochter van 1,5 zat bij de laatste vakantie ook gewoon ineens op een stoel. Met een stevig kussen. Ik vond het spannender dan zij! Again: we lossen het ter plekke wel op.
  3. Een krat met boodschappen – Hoe Hollands is deze, haha. Hier geen krat of boodschappentas met hagelslag, vacuümverpakte kaas of tomatensoep in blik. Wat er wel mee gaat? Een klein flesje olijfolie en een zoutvaatje, plus een zakje met een paar koffiecups, theezakjes en vaatwastabletten. Puur zodat we die niet in “groot” hoeven te kopen; het scheelt ruimte op de terugweg.
  4. Jassen – Het ligt natuurlijk aan je bestemming, maar zelfs als het ’s avonds afkoelt is een een warme trui of een comfortabel vest prima. Hier gaan er alleen (fleece) vesten mee.
  5. Mijn ‘schema’ – Misschien wel het belangrijkste om thuis te laten: de klok en de strakke schema’s. Ik heb hier in het begin altijd wat moeite mee, maar het maakt uiteindelijk de vakantie zoveel relaxter. Juist in die ruimte ontstaat de vakantierust. Dan gaan ze maar een uurtje later naar bed.

Andere dingen die de lijst niet hebben gered: de sportspullen (looking at you hardloopschoenen), de bird-watch of outdoor-gear die je toch niet gebruikt, de complete picknickmand, de opblaaskrokodil, die speciale campingstoelen…

Ben je trouwens meer iemand die juist veel te veel souvenirs koopt? Lees dan dit bericht over minimalistische souvenirs.

Thuiskomen bij wat genoeg is

Toen we vorig jaar met aanzienlijk minder tassen reisden (want: betaalde bagage) merkte ik iets bijzonders: het uitpakken was met een halfuurtje gebeurd. Maar het fijnste: ik voelde me lichter. Door minder spullen mee te nemen, creëer je letterlijk ruimte om te ademen. Je hoeft minder te managen, minder te zoeken en minder te sjouwen. En dán is er ineens tijd om echt te kijken naar dat zandkasteel dat je kind bouwt, of samen te genieten van een smeltend ijsje (toch die ijsklodders) in de middagzon.

Wat laat jij dit jaar bewust thuis?

Liefs, Anja

P.S. Wil je vaker tips ontvangen over minimalisme voor moeders en een relaxter gezinsleven? Volg me dan gezellig op Instagram via @MinimalistDutchie of pin deze blog op Pinterest voor later!

Dit artikel bevat affiliate links. Koop alleen wat je nodig hebt. Als je via deze links iets koopt, ontvang ik een kleine commissie. Dit kost jou uiteraard niets extra’s, maar helpt mij wel om deze blog draaiende te houden. Dank je wel voor je steun!

Reageren? Dat vind ik super!

Ik ben Anja

Welkom op mijn blog! Sinds 2017 schrijf ik hier over mijn zoektocht naar eenvoud: eerst door te ontspullen en minimalisme, nu vooral over leven met aandacht, de seizoenen beleven en een snuf #momlife. Als getrouwde moeder van drie probeer ik het dagelijkse leven met plezier en aandacht vorm te geven, zonder extra zooi. Wat leuk dat je er bent!

Let’s connect