Een vakantiebudget maken met de 50/50 regel

Het is eind mei en dat betekent dat het vakantiegeld waarschijnlijk wel bij iedereen op de rekening staat. Is toch altijd weer ’n momentje: een ontzettend leuk extraatje (en ohja, hallo Vadertje Staat!) waarmee je jezelf kunt financieel kunt “helpen”. Zo schreef ik vorig jaar over de dingen die je met je vakantiegeld kunt doen, naast uitgeven aan een vakantie.

In dit blogartikel schrijf ik over de manieren waarop je dat vakantiegeld wél kunt inzetten voor je reis, maar dan zo “economisch” mogelijk: door gebruik te maken van een vakantiebudget. Boehoe, saai, stom, Anja?! Ho, ho, dat valt wel mee. Ik heb een gemakkelijke manier om toch overzicht en inzicht te krijgen 🙂

Reiskosten

Voor iedere reis maak je kosten vooraf, tijdens en achteraf; ongeacht hóe je reist, en waar je naartoe gaat. Dat zijn niet alleen vliegtickets en je kampeerplek, maar ook je reisverzekering, de grote beurt van de auto, je inentingen, je nieuwe bergschoenen, het museumbezoek en de souvenirs die je meeneemt naar huis.

Om uit te komen met je vakantiegeld – en dus niet in het rood te eindigen na afloop – is het goed om je gehele vakantie te budgetteren. Dat kun je het beste doen op de volgende manier:

  1. Bepaal eerst hoeveel je in totaal wilt (kunt) uitgeven aan de vakantie. Dit kan (een deel van) je vakantiegeld zijn of een bedrag dat je zelf hebt gespaard.
  2. Gebruik hiervan de helft voor de vaste kosten: vlucht / benzine, hotel / appartement / kampeerplek
  3. Deel de andere helft door het aantal dagen dat je op vakantie wilt, voor de variabele kosten

(En ja, dit lijkt inderdaad wel een beetje op de 50-30-20 principe waarmee ik mijn gewone budget opmaak!)

Kasboekjesterreur

Je hebt dan dus een budget voor de vaste kosten en een bedrag “over” voor al het andere, de dagelijkse kosten: boodschappen, etentjes, pretpark, ov-kaartjes… Zakgeld dus eigenlijk. Dan moet je natuurlijk nog zorgen dat je daaraan houdt. En aangezien niemand zin heeft in het bijhouden van een kasboekje op vakantie, kun je dit bedrag het beste pinnen* / “uit de muur” halen voor één, twee of max drie dagen tegelijk.

Voordeel: je voorkomt dan dat je meer uitgeeft, en als je dat wel doet, moet je het de dag erna wat rustiger aan doen. Nadeel: als je je in een niet-Euroland bent, kan dagelijks pinnen best duur zijn. Je kunt daarom ook in één keer een groter bedrag pinnen en het in envelopjes of potjes verdelen. Dan is het goed om regelmatig te checken hoeveel er nog over is, zodat je niet op dag 5 al bijna zonder zit 😉

Als je kiest voor een all-inclusive formule (vlucht + transfer + hotel + alle maaltijden en drankjes), klopt bovenstaande berekening niet. Je kunt dan een andere verdeling maken, omdat je feitelijk voor alle maaltijden al vooraf betaald hebt. Je kunt dan denken aan 70-30 bijvoorbeeld, afhankelijk van de uitgaven die je gewoonlijk maakt voor etentjes / boodschappen op reis en de mate van “all-inclusiveness” want dat verschilt ook per hotel.

Maak jij een vakantiebudget en zo ja, hoe dan? Of houd je je hier helemaal niet mee bezig? En trouwens, weet jij al waar de reis deze zomer naartoe gaat? Ik kan nog wel wat inspiratie gebruiken!

xAnja

  • Wil je weten hoeveel jouw vakantiegeld bedraagt? Hier kun je het zelf berekenen.
  • Om de kosten van een autoreis naar een vakantiebestemming te berekenen vind ik de ViaMichelin routeplanner erg goed. Onder “opties” kun je hier je type auto en wat andere gegevens invullen, zodat je een redelijk beeld krijgt van de te verwachten (tol-, benzine-)kosten en reistijd. En ook leuk: hij geeft optioneel de bezienswaardigheden onderweg weer.

Photocredits: Diego Jimenez