Hoe werkt het 50-30-20 Budget Principe? | Budget Update #4

Omdat de laatste financiële recap alweer in juni was, koos ik ervoor om weer ‘ns een update’tje (updatetetje?) te schrijven. Mocht je nog niet zo lang meelezen: het feit dat mijn persoonlijke financiële administratie één grote onoverzichtelijke bende was, was één van de redenen om minimalist te worden. Daarnaast begon ik met januari met een #NoSpendMonth* omdat er ‘ineens’ een specifiek spaardoel was.

Financieel overzicht

In december 2017, nu bijna een jaar geleden, gaf ik 89% van mijn inkomsten uit. On what? Don’t ask me. Ik had gewoon echt geen idee. Dus ging ik aan de slag en nam ik het 50-30-20 principe ter harte (zie verder).

En Praise the Lord, in januari presteerde ik het om slechts 67% van mijn inkomsten uit te geven! [clap clap clap]. Dat was een zware maand: geen uitjes, geen extraatjes, geen bloemen, geen kleding, basis-boodschappen. Maar het lukte en ik had eindelijk een beeld waar ik echt geld aan uit moest geven.

En vanaf dat punt was het natuurlijk rozengeur en maneschijn en nu ben ik rijk en staat er een Porsche op de oprit.

Ehm, nee.

Ik heb niet eens een oprit, hahaha.

De kink in de kabel

Nee, het ging niet van een leien dakje. In maart startten we met de verbouwing van Het Klushuis. Daar gingen al m’n goede voornemens om geld opzij te zetten voor later. Zo’n verbouwing hakt erin, mensen! Niet alleen qua verbouwkosten, maar ook aan afhaal- en magnetronmaaltijden, dubbele lasten… m’n arme betaalrekening.

Al vergat ik soms soms totaal om de financiën überhaupt bij te houden, hoor. Nice hè, na twee hele maanden 😉

In mei pakte ik de draad weer op om er definitief achter te komen dat verbouwen én sparen vrijwel onmogelijk zijn. In ieder geval niet die 20%. De teller stond op 86%. Dus zette ik eind juni een nieuw doel: elke maand toch 10% overhouden, ondanks alle extra kosten. Op de maanden juli en september na (waarin we beide een kleine vakantiebreak hadden), lukte dat: in juni was het 87%, in augustus lukte het zelfs om te zakken naar 79%. Maar juli (92%) en september (93%) waren dan weer een gevalletje helaas pindakaas. Maar that’s life, hè.

Het 50-30-20 principe

Terug naar dat budget. Ik gebruik dus het 50-30-20 principe, en als je het sec bekijkt, is dat niet echt budgetteren. Bij budgetteren stel je namelijk voor al je verschillende uitgaven per post een bepaald bedrag vast. Dus: € 100,- per week voor boodschappen, € 1200 voor je zorgverzekering per jaar, een kledingbudget van € 500 per jaar…

Het 50-30-20 principe is veel simpeler: je stelt als eerste vast wat je maandelijkse inkomsten zijn (álle inkomsten: ook toeslagen, kinderbijslag etc.) en dan zet je een limiet op je uitgaven, verdeeld over slechts 2 schijven:

1. vaste lasten – 50%
2. optionele uitgaven – 30%

Noodzakelijkheden

Maximaal 50%, de helft van je inkomsten dus, is voor de vaste lasten, je basics, je noodzakelijke kosten. Zaken als:

  • Huur/hypotheek
  • Water, gas, elektra + gemeentelijke lasten
  • Boodschappen
  • Basiskleding
  • Brandstof, parkeren, autoverzekering en wegenbelasting
  • Medische kosten (buiten verzekering)
  • Schoolgeld
  • Zorgverzekering

Geef je meer uit dan 50% aan je vaste lasten? Dan wordt het tijd voor een serieuze blik, want dan woon/leef je waarschijnlijk boven je stand. Dit zijn namelijk je basiskosten die altijd terugkomen – en meestal alleen maar stijgen, zeker als je opgroeiende kiddoos hebt. Ook de boodschappen worden in 2019 duurder, door de btw-stijging.**

Facultatieve kosten

Van de andere helft kun je maximaal 30% uitgeven aan optionele, facultatieve uitgaven. Deze zaken zullen per maand verschillen. Hieronder vallen bijvoorbeeld:

  • Kleding anders dan basiskleding
  • Kapper, verzorging
  • Sport (abonnementen)
  • Hobby’s, cadeaus
  • Uitgaan, vakanties
  • Goede doelen
  • (Mobiele) telefoon, internet

Op deze posten kun je dus ook “gemakkelijk” besparen, als dat nodig is. Zo zat ik in januari op slechts 14% – en dus op minder dan de helft van het gebudgetteerde bedrag.

De 20% die nog rest, is inderdaad “over”. Bij mij is dat spaargeld, maar als je schulden hebt, zou ik de 20% gebruiken om die af te lossen. Het kan ook je buffer voor onverwachte zaken zijn.

Heb je méér over, doordat je variabele kosten lager uitgekomen zijn of je minder dan 50% aan je vaste lasten uitgeeft, dan heb je een extraatje. Leuk om op te sparen voor die ene speciale reis of voor ’n onverwacht etentje aan het einde van het jaar. Ook dit hoef je natuurlijk niet uit te geven; je kunt dit gebruiken voor beleggingen, je pensioen of studiepotje voor de kids.

Tot zover mijn minimalistische en simpele budgetsysteem, wat mij voldoende inzicht en houvast geeft. Heb jij het al eens zo uitgeprobeerd? Op welke manier budgetteer jij?

xAnja

 

* benieuwd waaraan ik wel en niet m’n geld uitgaf in de nospendmonth, klik dan hier.
** de max 50% regel is mijn mening en zie ik als financieel verantwoord voor de lange termijn. Als jij daar andere gedachten bij hebt, helemaal prima! Ik wil niemand iets opleggen en dit is als voorbeeld, ter inspiratie.