Waarom minimalisme niet (altijd) eco-friendly is | Plastic Free July

Minimalisme is de kunst van het weglaten: je heel bewust afvragen wat je wel en niet nodig hebt om gelukkig te zijn. Dat gaat zowel om het (niet) hebben en bewaren van spullen als het bewust kiezen waar je tijd en aandacht aan geeft.

Plastic Free July

Vandaag, 1 juli, start Plastic Free July, een campagne om ons aardbewoners bewuster te maken van ons plasticverbruik – en ik doe mee! Toen ik met de voorbereidingen bezig was, ontdekte ik dat ecologisch leven – waarmee ik bedoel: met een zo’n klein mogelijke voetprint – niet altijd even goed samengaat met minimalisme als leefstijl.

Zo koop ik eens per week vers brood; vier stuks, die gaan de vriezer in. Ik doe dat omdat het me rust geeft: ik weet dat er altijd (vers) brood in huis is en ik hoef er maar eens per week tijd aan te besteden. Je zou kunnen zeggen dat dit een vast ritueel is.

Dat brood komt echter in een zak van deels plastic en deels papier. Er is geen 100% papier optie. Nu heb ik echter de pledge gemaakt om in juli geen plastic zakjes te gebruiken. Dat betekent dus broodzakken van canvas kopen: 4 stuks zelfs als ik mijn brood in één keer wil halen. Ik kan ook één zak kopen, maar dan moet ik om de dag naar de bakker; er dus meer tijd aan besteden. Ik kan ook een totaal andere bakker opzoeken die wél papieren zakken heeft, maar dat kost me dan weer meer tijd, benzine en mogelijk ook meer geld.

(Paulien van Een Balkon Stadstuintje tipte me trouwens dat canvas broodzakken o.a. bij Greenjump online te koop zijn.)

Wegdoen vs. kopen

Een ander ding is het plastic-bekertjes-verhaal. Ik koop niet vaak koffie on the go, misschien 2 à 3 keer per maand. Ook krijg ik nog wel eens koffie bij een zakelijke afspraak. Soms zijn deze bekertjes van karton, maar regelmatig ook niet. De oplossing: je eigen eco coffee cup kopen en meenemen. Zo’n mooie afsluitbare beker die je koffie warm houdt, die heb ik nu namelijk niet. Voor die paar keer per maand zou ik dus een nieuw item ‘moeten’ toevoegen aan mijn inventaris, het moeten onderhouden/hem moeten schoonhouden enzo. Dat kost me weer tijd (en aandacht) en afwasmiddel en warm water en gas…

Hetzelfde geldt voor make-up, crèmes, bad- en douchespul, schoonmaakproducten, wasmiddel: je kunt ze soms in glas kopen, maar vaak ook niet. Zelf maken garandeert je een milieuvriendelijker product, waarbij je de plastic verpakking kunt omzeilen. Maar ook hier is het: méér spullen (ingrediënten) kopen en meer tijd besteden.

Nieuwe producten kopen is niet milieuvriendelijk, hoe ‘eco’ het nieuwe item op zichzelf dan ook is.

Groente en fruit neem ik al zoveel mogelijk ‘los’ mee uit de winkel, dus zonder plastic zakje te gebruiken. Maar met sperziebonen of spruitjes gaat dat nogal lastig 🙂 Ik zou dus zo’n hip groentenetje kunnen kopen… maarrrrr…. oké you get the picture hè. Weer meer spullen. En dat terwijl ik juist aan het wegdoen ben.

Minder = lief

Aan de andere kant is minimalistisch leven ook weer wél heel goed voor je milieukarma. Door alleen te kopen wat absoluut nodig is, verbruik je vanzelf minder. Als je minder materialen gebruikt, hoeven er minder nieuwe bronnen aangeboord te worden: vergelijk de impact van een bibliotheekboek lenen maar eens die van een nieuw boek kopen. Minder kopen betekent ook minder verspillen; hoe minder je in huis haalt, des te minder dozen, zakken en verpakkingsmaterialen er op de vuilstort belanden. Minimalisme moedigt je aan om goederen te kopen die zijn ontworpen om lang(er) mee te gaan en ze te gebruiken tot ze ‘op’ zijn.

Kiezen of delen

Dus nee, dit blogje is niet bedoeld als ellenlange klaagzang. Het meedoen aan en nadenken over Plastic Free July heeft me tot de kernvraag gebracht: hoe belangrijk is eco-living voor mij – en hoe verhoudt zich dat tot mijn wens om te minimaliseren? Een mooie vraag om even een zondagje in het park over te bomen (ja dat is een pun).

Hoe pakken jullie ecologisch leven op? Waar loop je tegenaan in de praktijk?

xAnja

 

Meer lezen over Plastic Free July?